Binnenkort verschijnt Zij die ziet, mijn nieuwe korte roman.
Het begon niet met een plot of een boodschap. Het begon met een beeld dat me niet losliet: een vrouw bij een keukenraam, een huisje aan de rand van een bos, in het ochtendlicht. Meer was er niet, maar het bleef, tot ik ernaar keek en begon te schrijven. Langzaam werd het een verhaal over iets wat wij als samenleving ergens onderweg zijn kwijtgeraakt.

Het hoofdpersonage heet Elowen. Rationeel, aards, vrolijk. Iemand die goed kijkt voor ze handelt en die gelooft in verklaringen. Ze is niet iemand die gelooft in het bovennatuurlijke. Ze is, eerlijk gezegd, een beetje zoals ik denk dat de meeste mensen zijn: sceptisch, redelijk, en redelijk zeker van wat werkelijk is en wat niet. Totdat ze de schriftjes van haar tante vindt.

Terwijl ik het verhaal schreef, stuitte ik steeds opnieuw op hetzelfde gegeven: in vrijwel elke cultuur, in elk tijdperk, op elk continent, waren er vrouwen die een bijzondere rol vervulden. Vrouwen die dingen wisten. Die verbanden zagen die anderen niet zagen. Die de natuur lazen zoals anderen teksten lezen. De völva in de Noordse traditie. De ban-fháidh bij de Kelten. De zieneressen, de kruidenvrouwen, de wijze vrouwen aan de rand van het dorp. Ze waren geen uitzondering. Ze waren een functie. Een rol die gemeenschappen koesterden omdat ze er baat bij hadden.

En toen, ergens in de geschiedenis, begon de wereld er andere namen voor te vinden. Gevaarlijke namen. Namen die vrouwen leerden te zwijgen, te verbergen, en hun schriftjes te verstoppen onder losse planken in kledingkasten. Wat ooit vanzelfsprekend was, werd verdacht. Wat ooit werd gekoesterd, werd vervolgd.
Dat vind ik een van de verdrietigste dingen die ik weet. Niet omdat ik wil beweren dat alles wat ooit voor waar werd gehouden ook waar is. Niet omdat ik een pleidooi wil houden voor het bovennatuurlijke. Maar omdat ik denk dat er in die lange geschiedenis van zwijgen en verstoppen iets verloren is gegaan wat we nog steeds niet goed kunnen benoemen. Een manier van kijken. Een manier van weten. Een verbinding met de wereld om ons heen die langzamer en stiller is dan de wereld ons nu toestaat te zijn.

Dit wilde ik onderzoeken. Maar niet als betoog, niet als aanklacht. Ik wilde het gewoon maken. Alledaags. Want dat is hoe de meest betekenisvolle dingen in het leven zijn: gewoon. Een vrouw die een huis erft. Een vrouw die door de kasten rommelt van iemand van wie ze hield. Een vrouw die langzaam, met tegenzin, tot de conclusie komt dat de wereld iets ruimer is dan ze dacht. Elowen verzet zich – dat was belangrijk voor me. Ze rationaliseert, ze belt haar moeder, ze gooit het op toeval en fantasie en een drukke periode. Ze doet precies wat de meesten van ons zouden doen. En langzaam, heel langzaam, lukt dat niet meer.

Het bos in dit verhaal is geen decor. Dat wist ik van het begin af aan. Het bos ademt, staat er altijd, heeft zijn eigen ritme en zijn eigen geduld. Het verklaart niets, het dreigt niet, het doet geen beloftes. Het is er gewoon, op de manier waarop oude dingen er gewoon zijn, zonder zich te hoeven rechtvaardigen. Ergens zijn we de natuur gaan zien als iets wat buiten ons staat, wat we bezoeken en weer verlaten. Roos wist beter. En uiteindelijk weet Elowen het ook.

Wat ik hoop dat je meeneemt is niet de overtuiging dat zieneressen bestaan, of dat dromen de toekomst voorspellen. Dat is niet aan mij om te zeggen. Wat ik hoop is iets kleiner en iets groter tegelijk. Ik hoop dat je even stilstaat bij al die vrouwen die door de geschiedenis heen dingen wisten en leerden te zwijgen. Bij wat er verloren is gegaan in dat zwijgen. Bij de vraag of kwijtraken hetzelfde is als verdwijnen.
En misschien – als je de volgende keer iets weet voor je het kunt verklaren, of een verband ziet dat er niet hoort te zijn, of wakker wordt met het gevoel dat een droom iets heeft gezegd wat de moeite waard is om te onthouden – schrijf je het dan op. En verstop je het niet, zoals Roos, onder een plank in je kledingkast.
Niet omdat het bewijs is van iets.
Maar omdat het de moeite waard is om te bewaren.