Het overkwam me op een doordeweekse dag, in de ochtend, toen ik net wakker was. Ik lag in bed en dacht na over iets wat groter was dan mijn plannen voor die dag. Waarom ben ik hier eigenlijk? Wat is mijn doel op deze aarde en heeft iedereen wel zoiets als een doel, of is dat een verhaal dat we onszelf vertellen omdat het leven anders wel erg toevallig aanvoelt?
Het waren niet de vragen waar je even een antwoord op vindt. Meer het soort vragen waar filosofen al eeuwen mee stoeien en waar ik, in mijn eigen bed, ook geen kant-en-klaar antwoord op had. Ik zat er al een tijdje middenin, met dat knagende gevoel dat er iets groters speelde dan ik met een lijstje of een planning kon oplossen.
En toen, middenin die mijmering, gebeurde het. Ik kreeg een visioen. Of een ingeving. Of noem het een helder moment. Kies zelf maar welk label voor jou het beste aanvoelt.
Boven de wereld hangen
In dat visioen hing ik boven de aarde, alsof iemand me even had opgetild om vanaf een afstandje te kijken hoe het er hier beneden aan toeging. En wat ik zag was mensen die rennen. Overal. Achter iets aan.
Niet achter een bus. Achter geluk.
Alleen zochten ze het op plekken waar het zich, hardnekkig als het is, gewoon niet laat vinden. In een nieuwe keuken. In de like onder de vakantiefoto. In het salarisstrookje dat weer een treetje hoger stond dan dat van de buurman. Dat op zich was al niet vrolijk om te zien, maar het meest opvallende was iets anders: de meesten van hen leken de grote vraag – waarom ze hier eigenlijk waren, wat hun bestaan nou behelsde – niet eens te stellen. Niet omdat ze het antwoord al hadden, maar omdat er in al dat rennen simpelweg geen moment overbleef om de vraag te stellen.
Juist in die drukte, in het najagen van geluk op de verkeerde plekken, vergaten ze niet alleen die vraag. Ze vergaten vooral om te leven. Alsof je zo druk bent met de trein halen dat je vergeet dat het uitzicht onderweg ook de moeite waard is.
Ik zag het overal. Ik zag het ook in mezelf. Ik ben heus geen uitzondering die daar toevallig boven zweefde als enige verlichte ziel. Ik heb zelf ook weleens een jasje gekocht omdat ik me daar heel even beter door voelde. Dat werkt trouwens precies twee dagen, ik kan het je aanraden noch ontraden.
Wat me vanaf die hoogte vooral bijbleef: er ontbrak iets. Bij hen, en bij mij. We leefden allemaal een beetje té veel vanuit ons hoofd, en veel te weinig vanuit ons hart. En misschien was dát wel het antwoord op mijn eigen vraag. We hebben geen concreet doel nodig, maar iets veel eenvoudigers: leven vanuit je hart, in plaats van eromheen denken.
Je bankrekening klopt, maar klop jij ook?
Ik wil je niet vertellen dat geld niet belangrijk is. Je huur betaalt zichzelf helaas niet, en ik ben de laatste die daar laatdunkend over gaat doen vanaf een zelfgebouwde zeepkist. Maar er zit een verschil tussen een saldo dat op orde is, en een leven dat op orde is.
Want je kunt een prima gevulde rekening hebben en toch ’s avonds op de bank zitten met het gevoel dat er iemand langs je heen kijkt, ook als er niemand in de kamer is. Dat is namelijk het andere saldo waar niemand het over heeft: je saldo aan verbinding. Met anderen, ja. Maar minstens zo belangrijk: met jezelf.
Met anderen bedoel ik niet het aantal appjes dat je die dag beantwoordt. Ik bedoel dat je met familie of vrienden aan tafel kunt zitten, en dat het gesprek toch vooral over roosters en drukte gaat, terwijl niemand vraagt hoe het nou écht met je gaat. Of dat je precies weet wat je collega bij de koffieautomaat bestelt, maar geen idee hebt waar ze ’s nachts wakker van ligt. Dat is geen gebrek aan mensen om je heen. Dat is een gebrek aan er echt zijn met elkaar.
En verbinding met jezelf is al net zo’n ondergeschoven kindje. Wanneer heb je voor het laatst iets gedaan puur omdat je hart dat wilde, zonder dat je hoofd er meteen een goede reden bovenop plakte? Ik vroeg het mezelf ook af, en het antwoord was ontnuchterend: te lang geleden.
Dus deed ik het meest voor de hand liggende: ik liep het bos in. Dagenlang.
Dat deed ik daarvoor ook al, laat ik niet doen alsof ik ineens een compleet ander mens werd, maar het verschil zat ‘m in de bezieling. Eerder liep ik er om mijn stappenteller te vullen of mijn hoofd leeg te maken na een vervelende dag. Nu liep ik er met dat inzicht nog vers in mijn hoofd: geniet, vanuit je hart.
En het rare is: dat werkt. Niet omdat er ineens een hert uit de struiken kwam om me levenswijsheid in te fluisteren, maar omdat je, als je er met aandacht loopt in plaats van met een doel voor ogen, gewoon weer gaat voelen.
En toen kwam ik bij Yvonne Vrijhof terecht
Op een van die duik-de-natuur-in-dagen kwam ik terecht bij Atelier HEXARIA, de winkel en werkruimte van Yvonne Vrijhof – een groene heks. Ik kom al jaren graag in winkels met edelstenen en dat soort spullen, maar nog nooit in een echte heksenwinkel. Dus toen ik erachter kwam dat Yvonne er een had, stond ik daar zo goed als de volgende dag.
Ik liep naar buiten met een heksenketel en dragon’s blood wierook. Niet omdat het lekker rook – al doet het dat ook – maar om wat het al eeuwenlang doet: rook die je gebruikt om even stil te worden, een intentie te zetten en die de wereld in te sturen. Ik steek ’s avonds een paar korreltjes aan, blijf even bewust stilstaan, en zeg in mezelf wat ik die dag, of die week, wil vasthouden of loslaten. Het is een klein ritueel, geen toeters en bellen, maar het werkt, al is het maar omdat je jezelf even dwingt om ergens bij stil te staan in plaats van door te rennen naar het volgende ding.
Daarna zet ik de kruidenthee die ik er ook kocht, en drink die met aandacht. Er komt een goed boek bij, en dat is het dan. Geen uitgebreide ceremonie, maar gewoon een avond die ik met opzet trager maak dan alle andere.
Ik heb dus nog steeds geen flauw idee wat het grote geheim van het universum is. Die vraag laat ik met een gerust hart over aan de filosofen. Maar ik weet inmiddels wel hoe een dag eruitziet waarop ik me écht levend voel: een boswandeling, een goed boek, een kop kruidenthee en de geur van dragon’s blood. Misschien is dat voor nu antwoord genoeg.
