
Thomas en Sophia spelen verstoppertje in het bos bij hun huis. Maar als Sophia verdwijnt en Thomas haar eindelijk vindt, zijn ze hopeloos verdwaald.
De nacht valt. De angst groeit. Tot ze een vreemde man ontmoeten met grijze haren en een ronde bril. Henk heet hij.
Henk leert hen niet alleen de weg naar huis te vinden. Hij leert hen iets veel belangrijkers: technieken die mensen duizenden jaren geleden kenden, in de tijd van Atlantis, toen de mensheid nog wist hoe het universum echt werkt.
Thomas en Sophia leren hun lichaam te bevragen als een kompas. Ze leren hun bewustzijn te updaten door dakramen te openen. Ze ontdekken dat angsten uit andere levens kunnen komen. En ze begrijpen dat ze geen kleine kinderen zijn maar lichtpunten in een groot, kosmisch verhaal.

Leroy schrijft zoals hij leeft: ongefilterd, intens, en met nietsontziende eerlijkheid. In dit boek vertelt hij zijn verhaal over middelengebruik, psychoses, en over leven op de rand van de werkelijkheid. Maar dit is geen boek over drugs, en al helemaal niet bedoeld als sensatie. Dit is een zoektocht naar de oorsprong van verwarring, naar de gevolgen van trauma en naar grip op een wereld die steeds verder desintegreert. Wat gebeurt er met iemand die zichzelf verliest in hallucinaties, instellingen, isoleercellen, gedwongen medicatie en opgelegde diagnoses? Hij besluit het daar niet te laten eindigen. Leroy dwingt zichzelf om terug te kijken. Zonder excuses en zonder sentiment. Hij onderzoekt zijn keuzes, zijn verantwoordelijkheid, zijn schuld en zijn potentieel tot herstel. En daarmee stelt hij vragen die veel groter zijn dan zijn eigen leven: hoe snel noemen we iemand ‘verward’? Hoe kijken we naar daders? Hoe ziet echte verandering eruit? Dit boek is geschreven voor hulpverleners, ouders, beleidsmakers en jongeren. Maar vooral voor iedereen die bereid is te luisteren naar een verhaal dat meestal ongehoord blijft.
