Vrije voeten

Ik heb altijd al het liefst op blote voeten gelopen. Ook buiten. Zeker buiten, eigenlijk. Er is iets aan het directe contact met de grond dat ik moeilijk kan uitleggen zonder te klinken als iemand die net een weekendje yoga-retreat heeft gedaan en daar iets heeft meegenomen wat je niet in een tas stopt. Maar het is echt zo. Schoenen gaan uit zodra ik thuiskom, dat snap ik nog, maar ook buiten voel ik me het meest op mijn gemak als er niets tussen mijn voetzolen en de wereld zit.

Ik weet nog de keer dat ik in het bos aan het wandelen was en op een gegeven moment gewoon mijn schoenen uitschopte. Er ging iets open. De kleine takjes prikten een beetje, de aarde was zachter dan ik had verwacht, een wortel deed licht pijn en toch voelde het goed, alsof ik eindelijk echt ergens was in plaats van er alleen maar tussendoor te bewegen. De persoon naast me keek er wat anders tegenaan. Die wierp regelmatig een blik op mijn voeten die ergens tussen bezorgdheid en ongeloof in zat. We hebben er niet veel over gezegd. Wat valt er ook te zeggen.

Ik begrijp het ook wel, die blik, want ik heb zelf ook zo’n moment gehad. Dat was vooral toen de barefoot schoen voeten aan de grond kreeg in Nederland. Geen bewuste woordspeling, dat zweer ik. Ik zag ze ineens overal opduiken. En het waren niet zomaar schoenen. Het waren schoenen met compartimenten voor je tenen. Individuele vakjes voor elke teen, alsof iemand had bedacht: laten we een soort handschoen ontwerpen, maar dan voor je voeten. En dan ook nog in felle kleuren, zodat niemand er omheen kon.

Ik ken weinig schaamte. Ik loop blootsvoets in het bos, ik draag dingen die niet iedereen mooi vindt, ik heb ooit in een trein een boterhammetje gegeten met een geur die niet iedereen kon waarderen. Maar dit ging me toch een stapje te ver. Voor wie ze wel leuk vindt: doen hoor, ik meen het, ze zijn echt minder erg dan ze eruitzien en de mensen die ze dragen zweren er allemaal bij. Maar ik was nog niet zo ver. Ik moest er eerst aan wennen dat barefoot schoenen een ding waren, voor ik er ook maar één aan mijn voet wilde proberen.

Gelukkig ging de markt door. Want dat doet de markt: die gaat door, of je er nu aan toe bent of niet. En langzaam verschenen er varianten die er gewoon uitzagen als schoenen. Breed, plat, maar niet per se opvallend. Geen individuele compartimenten voor je tenen. Gewoon schoenen, maar dan alsof iemand ze had ontworpen met enige consideratie voor hoe een voet er eigenlijk van nature uitziet.

En dus besloot ik, op een avond waarop ik blijkbaar in een besluitvaardig humeur was, eens een paar te bestellen. Niet na uitgebreid onderzoek, niet na het lezen van zeventien reviews, maar gewoon zonder nadenken.
En toen werden ze bezorgd en droeg ik ze voor de eerste keer. Wat bleek: mijn voeten hadden jarenlang in een gevangenis gezeten en niemand had me dat verteld. Of eigenlijk: ik had het mezelf niet verteld, want de signalen waren er vast wel. Maar ineens hadden ze ruimte. Mijn tenen konden gewoon naast elkaar bestaan, als mensen die genoeg plek hebben en daardoor aardig voor elkaar zijn. Geen gedrang, geen hiërarchie, geen grote teen die de dienst uitmaakt. En de zool was zo dun dat ik de grond voelde. Er zat iets onder me, en ik merkte het. De tegels in de supermarkt. Het grind op het pad. Het kleine hoogteverschil bij de stoeprand dat ik normaal nooit registreer.

Het eerste weekend liep ik alsof ik net had leren lopen. Een beetje voorzichtig, een beetje plechtstatig, met de geconcentreerde uitdrukking van iemand die een nieuwe vaardigheid aan het oefenen is en dat probeert te verbergen. Mijn kuiten deden na twee dagen pijn op een manier die ik niet had verwacht. Blijkbaar had ik spieren die al jaren niet meer echt hun werk hoefden te doen en die nu, verontwaardigd, alsnog hun aanwezigheid kenbaar maakten.
Maar dat ging over.

Nu loop ik vrijwel nergens anders meer op. En als iemand me een blik toewerpt – niet de teen-compartiment-blik, maar de waarom-zijn-jouw-schoenen-zo-breed-blik – dan denk ik terug aan dat bospad. Aan die vreemde blik die ik al kende.
Sommige dingen moet je gewoon zelf ondervinden.