Het is geen geheim dat ik van jongs af aan verslingerd ben aan folklore, het paranormale en oude legendes. Maar niet om de reden die je misschien verwacht.
Want de vraag die mij het meest bezighoudt, is niet of het paranormale bestaat. Dat is voor mij niet eens het interessantste deel van het verhaal. Een mysterie hoeft namelijk niet opgelost te worden om onderzocht te worden. Wat mij vooral fascineert, is wat er gebeurt op het moment dat een mens tegen iets aanloopt dat hij niet kan verklaren. Wat doen we dan? We vertellen erover. We geven het een naam, een gedaante, een plek in de wereld. En zo wordt een vreemde nacht in het bos, generaties later, een legende.
Folklore, urban legends en paranormale ervaringen zijn voor mij dan ook nooit alleen maar spannende verhalen. Ze zijn een spiegel en een venster. Een spiegel van angst, hoop en verbeelding, maar ook een venster naar de manier waarop mensen proberen hun plaats in een grotere, soms onbegrijpelijke wereld te vinden.
Nieuwsgierig
Ik geloof niet blindelings dat elk paranormaal verhaal waar is. Maar ik geloof al helemaal niet dat er voor alles al een sluitende verklaring bestaat. Als de geschiedenis van de wetenschap ons iets heeft geleerd, dan is het wel dat ons begrip van de werkelijkheid nooit af is. Het verandert. Steeds weer.
Dus stel ik mezelf liever de vraag: wat weten we misschien nog niet?
Wanneer mensen uit totaal verschillende tijden en culturen, zonder ooit van elkaars bestaan te weten, vergelijkbare ervaringen beschrijven, wordt het pas echt interessant. Niet als bewijs van spoken of monsters, maar als een aanwijzing. Een hint dat er misschien nog lagen van onze werkelijkheid zijn die we simpelweg nog niet doorgronden.
En dan is er nog iets dat me evenveel boeit als het verschijnsel zelf: hoe zo’n verhaal reist. Hoe het verandert terwijl het wordt doorverteld, van mond tot mond, van generatie op generatie, tot het uiteindelijk vergroeid raakt met een cultuur. De waarheid hoeft daarbij niet vast te staan. Sterker nog, juist in die ruimte tussen een rationele verklaring en het onverklaarbare zit de kracht van deze vertellingen.
Verwondering in plaats van angst
Het probleem is vaak dat de populaire media het paranormale hebben gekaapt voor de sensatie. Donkere ruimtes, schrikeffecten, dreigende muziek, de suggestie dat er op elk moment gevaar loert. Het onbekende wordt zo neergezet als iets om bang voor te zijn.
Dat is niet waar mijn fascinatie vandaan komt. Ik kijk naar deze verhalen vanuit verwondering, niet vanuit angst. Wat mij raakt is niet alleen de vraag wat er precies gebeurd zou kunnen zijn, het is vooral het feit dat mensen dit soort ervaringen hebben, en hoe zij daar vervolgens betekenis aan geven. Wat zegt het over ons, dat we al eeuwenlang verhalen vertellen over verschijningen en gebeurtenissen die buiten ons begrip vallen? Voor mij zijn deze vertellingen geen goedkope sensatie. Ze zijn een uitnodiging om nieuwsgierig te blijven naar de wereld en naar de grenzen van wat we denken te weten.
Twee mannen met dezelfde blik
Met die blik is het best lastig om documentaires te vinden die me echt raken. Maar ik heb twee makers gevonden met dezelfde visie.
De eerste is Aleksandar Petakov, onderdeel van het Amerikaanse Small Town Monsters. Hij trekt al jaren de bossen en bergen van Amerika en Canada in, op zoek naar Bigfoot, maar net zo goed naar meermonsters, mysterieuze lichten en de verhalen van doodgewone mensen die iets hebben meegemaakt dat ze niet kwijt kunnen, omdat ze vaak belachelijk worden gemaakt. Wat hem onderscheidt van de rest van het genre is dat hij zich nadrukkelijk niet aansluit bij de sensatiezoekers of de spotters. Hij benadert Bigfoot-meldingen serieus, als mysteries, zonder ooit een oordeel te vellen. “De wereld is inherent een vreemde plek,” zei hij ooit. Die zin vat precies samen waarom zijn werk zo anders aanvoelt.
De tweede is Rob Eades van Trails of the Unexpected. Hij loopt door de glooiende heuvels en oude paden van Groot-Brittannië, op zoek naar de vreemde plekken die je onderweg tegenkomt – en naar de verhalen die daaraan vastzitten. Hij is bijzonder geïnteresseerd in hoe die verhalen door de tijd heen zijn meegereisd, hoe ze onderweg veranderd zijn, en hoe mensen vandaag de dag nog steeds vergelijkbare, onverklaarbare dingen meemaken op diezelfde plekken. En dat allemaal tijdens, zoals hij het zelf zegt, “een lekkere wandeling”.
Wat ik herken in hun werk, is niet zozeer een gedeelde conclusie, maar een gedeelde manier van kijken. Ze gaan een verhaal niet in met de behoefte om het mysterie op te lossen of te bewijzen. Ze luisteren, observeren en stellen vragen. Ze nemen de ervaringen van mensen serieus zonder te doen alsof ze alle antwoorden hebben. Juist die open houding maakt ruimte voor verwondering. Want soms zit de waarde van een verhaal niet in het vinden van een verklaring, maar in het onderzoeken van de vragen die het oproept.
Beiden kijken met een haast ontwapenende onschuld naar hun onderwerp. Ze maken er geen show van, hanteren geen ingestudeerde schrik, en doen niet aan stemverheffing bij elk kraakje in het bos. Het zijn simpelweg twee mannen die met een open blik de wereld in trekken. En juist door die afwezigheid van sensatie, tillen ze het verhaal – bijna terloops – naar een veel hoger niveau.
Het landschap als medespeler
Wat me daarbij telkens opvalt: ze lopen door de natuur op precies dezelfde manier als ik erover schrijf in mijn boeken over folklore en onverklaarbare fenomenen. Ik zie de natuur nooit als een decor waarin toevallig iets gebeurt. Voor mij is ze een aanwezige kracht, een medespeler in het verhaal.
Bossen, rivieren, bergen – ze dragen allemaal hun eigen geschiedenis met zich mee, hun eigen sfeer, hun eigen geheimen. Al eeuwenlang geven mensen betekenis aan de plekken om hen heen door er verhalen aan op te hangen. Bossen kregen hun geesten, meren hun monsters, bergen hun mythen. Die verbinding tussen mens en landschap is juist wat me fascineert. De natuur is niet zomaar de plek waar het verhaal zich afspeelt. Ze beïnvloedt het, roept iets op, en wordt soms bijna een personage op zichzelf.
Precies dat zie ik terug bij Petakov en Eades. Ze filmen geen decor. Ze filmen een landschap dat meepraat.
Een aanrader
Mocht je op zoek zijn naar documentaires waarin niemand rondrent in gespeelde paniek, waarin niemand een verhaal groter maakt dan het is, kijk dan eens naar deze twee. Er gaat écht een wereld voor je open.
