Welkom in het wormenhotel

Er zijn momenten in het leven waarop je jezelf van een afstandje bekijkt en denkt: oké, dit is wie ik geworden ben. Voor mij was zo’n moment de dag dat de doos van het wormenhotel arriveerde. Op de bovenkant stonden de woorden “you are about to open a happy home for your worms”, en ik voelde precies wat daar stond. Vreugde. Spanning. Een soort ontroering die ik moeilijk kan uitleggen aan mensen die niet begrijpen waarom je je druk maakt om de biodiversiteit op je eigen balkon. Ik was zoals een kind op Sinterklaasmorgen, vol verwachting.

Dat dit niet altijd zo was, moet ik eerlijk toegeven. Er is een periode geweest waarin ik meeging in het verhaal dat kleine beestjes eng zijn, vies, iets om snel van weg te stappen. Maar na een thuisstudie basiskennis ecologie – ja, ik doe dit soort dingen in mijn vrije tijd – zag ik ze weer zoals ik ze als kind zag: als onderdeel van een groot systeem, een systeem waar ook wij behoorlijk afhankelijk van zijn. Sindsdien kijk ik anders. Een worm is niet alleen glibberig. Het is een medewerker.

Het hotel zelf had ik cadeau gekregen van een vriend. Een goede vriend, want hij had urenlang aan de telefoon naar mij geluisterd over het voedselbos dat ik op mijn balkon aan het aanleggen ben, over de tuin en over mijn grote wens voor een wormenhotel. Of hij het bestelde omdat hij het zelf ook een goed idee vond, of omdat hij de telefoontjes een beetje zat was: ik zal het nooit weten en laat het liever in het midden. Feit is dat er op een dag een pakket stond. Een Billiebin, vier lagen, uit te breiden tot acht. Ik kan mijn geluk niet op. En voor de duidelijkheid: dit is geen gesponsorde content. Ik noem het merk alleen zodat je er een beeld bij hebt, niet omdat ik wormhotelambassadeur wil worden. Voorlopig althans.

Maar goed, terug naar mijn cadeau. In de gebruiksaanwijzing stond een afbeelding van een hysterisch blije worm die beweerde dat hij het hotel zelfs blind in elkaar kon zetten. Dat leek me wat optimistisch voor een worm zonder handen, maar hij had gelijk.
Het in elkaar zetten was inderdaad een fluitje van een cent. Daarna heb ik de aanwijzingen gelezen, de lagen gevuld, en toen stond het hotel er. Prachtig. Klaar voor gebruik. Eén klein detail: ik had nog geen bewoners.

Ik belde een aantal tuincentra. Ze hadden de hotels, maar niet de wormen — wat ik marketingtechnisch gezien nog steeds een beetje vreemd vind, maar wel kan begrijpen — en dus ging ik naar Marktplaats. Vijf minuten van mijn huis bood iemand ze aan. Ik stuurde een berichtje en begon toen te wachten. Iedereen kent dit. Je wilt iets heel graag, je weet dat de ander echt niet elke seconde op zijn telefoon zit, en toch. Ik was buiten aan het werk in de tuin, maar om de drie minuten lag mijn telefoon in mijn hand. Pagina verversen. Niets. Pagina verversen. Nog steeds niets. Het duurde uiteindelijk niet eens zo gek lang, maar dat merk je niet als je iets zo graag wilt. Uiteindelijk mocht ik ze diezelfde avond nog ophalen, en ik wil niet overdrijven, maar het was een hoogtepunt.

Nu zijn ze er dus al een paar dagen, de bewoners, en ik maak me – zoals altijd als het om levende wezens gaat die van mij afhankelijk zijn — een beetje zorgen. Hebben ze het goed? Is het vochtig genoeg? Geef ik niet te veel of te weinig voedsel? Iedereen die er verstand van heeft, zegt dat het vrijwel niet fout kan gaan, en ik geloof ze ook wel, maar ik heb me de afgelopen dagen toch suf gelezen. Over compostwormengedrag, voedingspatronen, temperatuurvoorkeuren; de hele mikmak. Als ik die energie in belastingaangiftes had gestoken, was ik een ander mens geweest.

Maar goed. Het werkt. Als ik ze bladgroen en groenteschillen geef, zie ik ze kronkelen en erop afgaan. Ze zijn blij of hongerig, of het is gewoon biologie, maar ik interpreteer het als blijdschap en dat is genoeg voor mij.
Daarnaast doe ik nog iets. Ik loop er vaak langs en praat dan tegen ze. Daarna denk ik standaard: dit is dus waar mijn leven is beland. Twee katten en tientallen wormen, en ik praat met ze allemaal. De katten zijn eraan gewend. De wormen, vermoed ik, inmiddels ook.

Maar weet je wat het mooie is? Dit is een systeem dat werkt. Echt werkt. Wat ik aanvoer aan keuken- en tuinafval, wordt omgezet in iets wat mijn tuin en balkon voedt, en wat mijn tuin en balkon opbrengt, voedt hen weer. Het is een gesloten kringloop, op een paar vierkante meter. Ik vind dat elke keer opnieuw een klein wonder, dat zoiets groots zo stil en vanzelfsprekend gebeurt, gewoon onder een deksel van een paar bakken. Nooit had ik gedacht dat ik hier zo intens gelukkig van zou worden. Maar hier sta ik dan, elke keer als ik ze voer even te kijken hoe het met ze gaat, en ik zou het niet anders willen.