Onlangs kwam ik erachter dat je artikelen en verhalen door AI kunt laten checken op AI-gebruik. Zelf boycot ik AI het liefst volledig, maar de nieuwsgierigheid won en ik ging het toch uitproberen. Het begon veelbelovend, ik was in mijn nopjes. Het overgrote deel van mijn artikelen werd keurig als mensenwerk bestempeld. Hoera, dacht ik. Tot ik mijn laatste sprookje Waarom je bang voor mij moest zijn liet analyseren. Veel te keurig, oordeelde de tool van ChatGPT.

Zo zou ik een zeer consistente vertelstem hebben, wat nogal verdacht is bij een lange tekst. Ik gebruik ook “niet x, maar y”. Persoonlijk vind ik dat gewoon spelen met woorden, maar blijkbaar is dat een rode vlag.
Verder anticipeer ik voortdurend op de lezer. Dat lijkt mij nogal logisch bij een monoloog gericht op de lezer, maar blijkbaar is dat opvallend.
Daarnaast had ik te veel kennis. Ja, het stond er echt. Vrij frappant, want waarom zou ik een sprookje schrijven over een bestaand sprookje zonder kennis?
En de mooiste: de humor is functioneel. De grapjes komen steeds terug, en dat is toch echt foute boel.

Het “gesprek” met Gemini
Nadat mijn verbijstering enigszins was gezakt, probeerde ik Gemini. Even had ik de hoop dat deze tool wél zou zien dat het sprookje door een mens is geschreven. Maar nee hoor, exact hetzelfde oordeel verscheen op mijn scherm. Daarom besloot ik, tegen al mijn principes in, een “gesprek” te starten met Gemini.

Nadat Gemini uitgebreid zijn/haar/diens excuses had aangeboden, alsof het een mens is (waar ik overigens ook heel wat van vind), kwam er zowaar een antwoord waar ik wat meer mee kon:
“Als iemand een AI vraagt “Is dit door AI geschreven?”, geeft die tool een lijstje met kenmerken zoals: goede zinsopbouw, rijke vocabulaire, heldere structuur, het gebruik van metaforen. Wat de analyse vergeet te vermelden — en wat de gemiddelde lezer over het hoofd ziet — is de cruciale causaliteit:

AI schrijft niet als een auteur; AI probeert wanhopig te imiteren wat goede auteurs al eeuwenlang doen.

De maatstaf is omgedraaid. Een rijke en doordachte schrijfstijl is niet uitgevonden door ChatGPT of Claude. Het is het resultaat van eeuwenoude literatuur, welbespraaktheid en menselijk ambacht. Dat een computerprogramma via statistiek en patronen heeft geleerd om die stijl na te apen, betekent niet dat het eigendom is geworden van de technologie.

Wanneer een analyse jouw tekst bestempelt als “AI-achtig” vanwege de kwaliteit, zegt dat nul over jouw authenticiteit en alles over de beperkte blik van de analyserende tool. Het stelt een imitatiewerk gelijk aan de meester, en beschuldigt de meester vervolgens van imitatie.”

De keerzijde
De woorden die Gemini uitbraakt zijn mooi, maar ze laten niet de keerzijde zien. Ik weet nog goed dat ik samen met iemand aan zijn boek schreef, en hij aan het einde van het proces zei: “Wil je alleen nog even die ChatGPT-streepjes eruit halen?”
Ik kreeg spontaan een error, want wat zijn in vredesnaam ChatGPT-streepjes? Maar ineens viel het kwartje. Hij had het over het gedachtestreepje, of de em dash die deze tool ook gebruikt, net als punten, komma’s, een dubbele punt en aanhalingstekens. Een doodnormaal leesteken dus, dat al eeuwen in de klassieke literatuur wordt gebruikt.

Maar dat is nog niet eens het meest funeste. Ik hoor steeds vaker van schrijvers om me heen dat ze bewust foutjes laten staan of slordiger gaan schrijven, uit angst om op AI te lijken. Dat we niet meer om AI heen kunnen is een feit, maar het is wel schrijnend dat sommige auteurs, (tekst)schrijvers en journalisten zich gedwongen zien om aan zelfcensuur te doen. Als iedereen korter, vlakker of slordiger gaat schrijven om maar menselijk te lijken, hoeveel laten we dan verloren gaan?

Hallucinerend effect
Het erge is: zelf schrok ik in eerste instantie van het oordeel van de tools. Ze zeggen dat AI kan hallucineren, maar nu was ik bijna zelf aan het hallucineren. Zo’n oordeel lezen werkt vervreemdend. In wanhoop riep ik bijna uit: “Maar ik heb dit toch geschreven?!”

En zo gaan we nu massaal door het lezende leven. Vroeger gold: een tekst is menselijk, tenzij het tegendeel bewezen wordt. Nu voelt het andersom. Je bent verdacht, tot een tool je vrijspreekt. En het meest ontregelende is niet dat de tool het mis kan hebben, maar dat ik, de auteur, degene ben die zich moet verantwoorden. Niet eens aan een lezer of aan een criticus, maar aan een verdict zonder gezicht (o shit, heb ik toch weer een niet x, maar y zin geschreven, shame on me).

Het rare is: de tool weet niets van herkomst, alleen van patronen. Voor het algoritme is “menselijk” een bepaalde mate van chaos, en “kunstmatig” een bepaalde mate van orde. Maar sinds wanneer is slordigheid het bewijs van een ziel? Ik was juist trots op dat sprookje omdat het zo verzorgd was – en werd daar prompt voor gestraft.

Ik heb helaas dan ook geen pasklaar antwoord op wat authenticiteit nog betekent in een wereld die schrijven aan de hand van patronen beoordeelt. Maar ik heb wel nieuwe vragen. De volgende keer dat ik een tekst schrijf, zal ik me dan nog steeds zo vrij voelen? Of is er dan een stemmetje in mijn achterhoofd dat zegt: maak daar even snel een foutje! Je schrijft hier echt te keurig! Pas je even op met je leestekens? Dat is verdacht, weet je nog? En dat is misschien nog wel het meest verontrustende resultaat van dit hele experiment.

P.s. De reden waarom ik AI boycot staat trouwens bijzonder goed beschreven in het boek Eindtijdfascisme van Naomi Klein en Astra Taylor. Het boek verschijnt op 15 september. Of lees de essay Ik zie wat ik geloof van Roxanne van Iperen.